Why Beauty Matters

In de BBC documentaire Why Beauty Matters van Roger Scruton uit 2009 is naast hedendaagse architectuur vooral de beeldende kunst het onderwerp van zijn afkeer en woede; met de Engelse schrijver kregen zij er een geduchte tegenstander bij. Volgens Scruton streeft de moderne kunst sinds Marcel Duchamp willens en wetens lelijkheid na – the cult of ugliness in art – ,de conservatief en filosoof vindt de tendens verwerpelijk en zelfs funest. * In zijn met natuuropnamen en symfonische muziek gestoffeerde pleitrede stelt Scruton dat de mens naast zijn fysiologisch bepaalde (eet)lust ook ‘spiritual and moral needs’ heeft, behoeften die met schoonheid kunnen worden vervuld. Aan het begin van de twintigste eeuw werd met de tentoonstelling van Duchamp’s ‘urinal’ zijns inziens het ideaal van schoonheid door het primaat van het idee en de originaliteit ‘ achieved at whatever moral cost’ vervangen.

tumblr_mp0prwj7p31qa2qxto1_1280

Eugéne Delacroix, Le lit défait, mooi volgens Scruton

De cultus van schoonheid kan ons in een wereld die chaotisch, absurd en vervreemdend is redden, Roger Scruton ziet de cultus zelfs als de volwaardige vervanging van religie. Het gemak waarmee hij zich bij de verspreiding van zijn boodschap van godsdienstig geïnspireerde termen bedient is wellicht vanzelfsprekend maar evengoed onzuiver en onwetenschappelijk. Schoonheid leidt de mens naar ‘the illuminated sphere of contemplation (…) a higher world (…) the divine (…) the sacred’.

Uit het seculiere domein put hij een woord dat al even evident en betekenisvol wordt geacht, namelijk ‘the heart’. De aanduiding van emoties als aandoeningen van dit nuttige orgaan past bij de soft focus opnamen van herfstbladeren en sterrenhemels die ondersteund door trompetten en slagwerk als bewijslast voor zijn beweringen worden ingezet. Scruton vat de kunstproductie van de twintigste eeuw samen als ‘conceptual art. Ideeën genereren geen emoties zegt hij, ideeën kunnen geen kunst zijn. Volgens hem is kunst – lees schoonheid – de gelukkige uitkomst van ‘skill, taste and creativity’, maar helaas krijgt de laatste term in zijn televisie essay geen nadere uitleg, het is er opeens zonder oorsprong en zonder uitleg van zijn werkwijze. Als een gemakzuchtige verklaring zien wij kinderen die ingespannen aan het verven zijn.

Het vervangen van religie door iets dat minder onverdraagzaam, veelomvattend en verwoestend is, lijkt een goed idee. Als je de zeloot Roger Scruton in Why Beauty Matters bezig ziet, dan vraag je je onwillekeurig af of hij bereid is met zijn missie van deur tot deur te gaan; zijn gebruik van religieuze terminologie wijst namelijk in die richting. Religie komt altijd ergens op uit, verwant daarmee is zijn nadruk op de plaats van bestemming. Met een zekere regelmaat klinkt in zijn betoog het woord ‘home’: ‘ …a place where the real and ideal exist in harmony, (…) a path that leads to home.’

Maar wat onderscheidt zijn verheerlijking van de classicistische beeldhouwer Alexander Stoddart, Prins Charles modeldorp Poundbury, van begrippen als traditie en ‘home’ van de wijze waarop vergelijkbare idealen door de populistische politiek worden verwoord? In de laatste opname van de uitzending zien wij een professioneel muziekgezelschap dat in een stationshal Stabat Mater van Pergolesi opvoert, Scruton peilt intussen de reacties van de passanten en toevallige toehoorders. Hier klinkt de muziek van de goede smaak. Roger Scruton blijkt nogal elitair voor het twijfelachtige populistische gezelschap waarin hij zich met zijn haat voor architectuur en beeldende kunst bevindt.

J.D.

eminmybed

Tracy Emin, My Bed, lelijk volgens Scruton

* Begeleid door geringschattende teksten figureren in Why Beauty Matters werken van Martin Creed, Martin Kippenberger, Jackson Pollock, Mark Wallinger, Donald Judd, Jake & Dinos Chapman, Damien Hirst, Tracy Emin, Sarah Lucas, Andres Serrano, Marcel Duchamp, Carl Andre, Michael Craig Martin, Piero Manzoni.

 

 

 


Posted

in

by

Tags: