Het Calvinistisch Anarchisme op Urk

By | April 3, 2020
Parool – 3 juni 1989

KATRIEN GOTTLIEB

Een bevroren meer waarop zes schaatsers ieder een andere kant uitrijden, terwijl er tóch gezamenlijke ijspret heerst. Zo ongeveer karakteriseert Atte Jongstra, de enige schrijver onder de vormgevers, de redactie van het tijdschrift Typ. De in het colofon opgenomen stelling: “Typ, Typografisch Papier is een tijdschrift dat informeert en opinieert over het beeld in de vormgeving, kunst en letteren” is waarschijnlijk de enige steeds terugkerende consensus waarachter de leden van de redactie zich blijvend willen scharen.
Een Amsterdams café. Jan Dietvorst, Henk Groenendijk, Peter Mertens, Max Kisman, Kees Maas en Atte Jongstra komen één voor één het etablissement binnen. Typ E is uit en zal volgende week de toonbank van elke betere boekhandel sieren. Het is de eerste keer dat alle redacteuren een afzonderlijk exemplaar hebben gemaakt, die gezamenlijk worden uitgegeven. “We kunnen niet samen door een deur, maar wel samen in dezelfde doos,” zegt Kees Maas, één van de ontwerpers verbonden aan De Enschedese School.
Typ E is een begerenswaardig verrassingspakket bestaande uit vijf Typs waarvan één een waarachtig schilderij met de hoofdletter I vormt. Behalve de redactieleden hebben gerenommeerde kunstenaars aan de vijfde editie van Typ meegewerkt onder wie Eli Content en Peter Zegveld. Eerder kon Typ rekenen op coryfeeën als Wim Crouwel, Jan Bons, Huib van Krimpen. Gerrit Noordzij, hoofddocent in Den Haag van de enige afdeling typografie en letterontwerpen in Nederland en huisontwerper van Van Oorschot, gaf in Typ een spoedcursus letterontwerpen.
Was No. 1 (31 augustus 1986) nog een fotogekopieerd en vervolgens aan elkaar geniet fanzine, ditmaal is Typ een volwassen, bijzonder mooi vormgegeven drukwerk. Was de scheiding tussen (melige) humor en een serieuze toenadering tot een discussie over vormgeving destijds ver te zoeken, nu bevat het tijdschrift tal van met aandacht geschreven Typ is een tijdschrift dat informeert en opinieert over het beeld in de vormgeving, kunst en letteren. De redactieleden hebben voor de jongste aflevering besloten ieder een eigen Typ te maken. De heren passen namelijk wel in één doos, maar niet door één deur.
artikelen. Zo gaat Mijn Typ E van Peter Mertens over letters en hun leesbaarheid: “Letters zijn leesbaar – is iets niet leesbaar dan zijn het geen letters – on-
leesbare letters bestaan niet – onleesbaarheid bestaat niet.” In Typ Interdisciplinair, samengesteld door Atte Jongstra, schrijft Gijs Sierman over het Steingrubers alfabet en buigt Kandra Schutte zich over de ritmische typografie van Paul van Ostayen. Naast Huib van Krimpens kritische stellingname over borduren pleit Joost Nijsen voor de gelijkschakeling van typografie aan de schepping zelve: “De typografie is een kaartenhuis, waar je op je tenen moet lopen.”
Jongstra zelf neemt het op tegen de totalitaire vormgeving van de SDU, De gedrukte tekst als ornament: O Heilig Wierookvat! O Gouden Huis! O Elpenbenen Toren!
Jongstra keert zich tegen een conceptuele leerstelligheid waaraan het leescomfort wordt opgeofferd. Namen en regels die aan de ommezijde van een bladzijde doorlopen bijvoorbeeld.
Jan Dietvorst illustreerde zijn Typ in de Typ E met een rijke schakering aan tekens en symbolen. In een redactioneel artikel drukte hij een kort gesprek tussen Paul Taylor en Andy Warhol af: / think an artist is anybody who does something well, like if you cook well
En Kees Maas nam onder andere het hoofd van zijn vriendin als ontwerp voor een vaas.
Dat de doos waarin de verschillende gezindten opeengestapeld liggen, vorige week in voltooide staat ten doop kon worden gehouden, is bijna een wonder te noemen. De redactie is er. zelf beduusd van. Op de redactie-vergadering die in het algemeen twee keer, maar soms vier keer per jaar plaatsvindt, wordt meestal een geheel ander product besproken dan wat uiteindelijk in de winkel komt.te liggen. De essentiële communicatie verloopt via de verschillende antwoordapparaten gedurende de maximale tijd die een boodschap verstrekt.
Atte Jongstra: “De harmonie ligt vooral in het anarchistische principe, iedereen die aanwezig is doet mee, degenen die zich aan de sporadische vergaderingen onttrekken zijn meteen redactie-lid af. Een inhaalmanoeuvre is mogelijk door een eigen Typ, goedgekeurd door de redactie in te leveren.”
Peter Mertens: “Dat er in de doos vijf afzonderlijke Typs zitten staat niet voor enig schisma. Het gaat om kwaliteitsvergroting. Het vorige nummer, nummer D, daar hebben bijdragen in gestaan waarvan niemand van de redactie later kon zeggen waarom die er eigenlijk ingekomen zijn.”
Er wordt zo nu en dan gewillig geluisterd naar degene die door zijn stem te verheffen het woord krijgt, om het gezegde vervolgens net zo lang te ridiculiseren tot het min of meer in een gezamenlijk statement uitmondt. Maar ook dat blijkt na enige tijd weer van tafel geveegd.
“We zijn tegen slapte.” “Daar ben ik juist voor.” Op deze wijze komt het twee- en soms drie-jaarlijkse tijdschrift tot stand. Het is een voortdurend spel tussen wie de bevoegdheid krijgt over de uiteindelijke inhoud te beslissen. Wie het meest treffende ontwerp maakt, mag de verdere lijn bepalen. Een niet onbelangrijk gegeven hierbij is dat alle leden van de redactie over voldoende talent bezitten. Het werkt in ieder geval, daar zijn ze het bijna allemaal over eens. Als er één met een mooi ontwerp aankomt, stimuleert dat de anderen nog iets mooiers te maken. Bij de oprichting van Typ. had het genootschap dan ook als ondertitel Kunst en Macht. Het was 1986. Een groep vrienden bezocht de Chambres d’Amis in Gent toen iemand hun vroeg of zij soms een genootschap vormden.
“Ja,” zeiden ze. “het genootschap van De Zwarte Hand.” Dat klonk zo mooi. Max Kisman nam het serieus en maakte destijds de eerste Typ. Dat viel bij iedereen zo in de smaak dat het tweede nummer in een zucht volgde. Het was een soort performance, gebaseerd op de ergernis die er bij hen leefde over het gebrek aan zinnige informatie over het vak grafisch ontwerpen. Het ging gepaard met een toespraak waarin geappelleerd werd aan de culturele verantwoordelijkheid van de aanwezigen ten aanzien van dat vak. De schrijver Atte Jongstra is er later bijgekomen omdat hij zo hard Multatuli kon zeggen. Mul-ta-tu-li. Max Kisman: “In zekere zin is het natuurlijk uit frustratie ontstaan. Al was het om de suggestie te wekken dat wij als jonge garde tegen de gevestigde grafische macht moeten aanstormen. Maar eigenlijk willen we de oude garde zijn. Het is natuurlijk wel zo dat, wil er een nieuwe impuls ontstaan, de neiging in de pas te lopen die er in de grafische wereld bestaat, enigszins ontregeld moet worden. In die zin keren we ons tegen de grafische orde. Om weer verder te kunnen.” Nu heeft de voltallige redactie het hoofdredacteurschap van Kisman overgenomen en wordt de Typ gratis gedrukt bij Rob Stolk. drukkerij SSP, drukkerij Jan de Jong en De Enschedese School. De verdeeldheid blijft hun grootste inspiratiebron. “Kijk,” zegt Atte Jongstra, “neem nou Urk. Urk heeft zesentwintig kerken en die functioneren allemaal. Het zijn soms alleen maar huiskamertjes waarin een dominee spreekt. Dat was voor ons aanleiding allemaal een eigen Typ te maken. leder zijn eigen kerk. ieder zijn eigen Typ. Urk is het calvinistisch en tegelijkertijd anarchistisch voorbeeld van Nederland…” Max Kisman: “De volgende Typ wordt een Europese Typ…” Peter Mertens: “Dat is dan de op een na volgende, want eerst…” Zo te horen zullen er op zn minst nog vijf Typs voor het eind van het jaar verschijnen.