De anatomische les

By | February 23, 2014

De seks in Lars von Triers Nymfomaniac 1 ziet er uit als een wedstrijd. Hoofdrolspeelster Joe blijft in deze lente en zomer van haar leven alle andere deelnemers ruimschoots voor. In het aantal contacten, in de snelheid waarmee ze wisselt. In haar vermogen om schijnbaar zonder bewustzijn als orgaan te functioneren. Seks is voor haar een kwestie van planning en organisatie. Joe heeft de controle.

Joe onderhoudt in feite maar één relatie en dat is die met haar eigen lichaam. De rest van haar bestaan volgt daar uit en is een logistieke operatie. De film is haar leven in flashbacks, verteld aan een buitenstaander die haar gewond van straat heeft meegenomen. Zijn commentaar op haar driftleven vindt plaats in een klassieke setting, de sofa is hier een bed waar de luisteraar met de naam Seligman op een eenvoudige stoel naast zit. Net als de analyse van zijn illustere voorganger  Sigmund Freud is die van hem al even cultuur historisch, academisch en literair ; hij doet je bijna vergeten dat de libido een bron van bloed, zweet & tranen is.

Er is slechts één contact waarmee Joe zich in de loop van het verhaal lijkt te verbinden,  haar seksualiteit  is daarmee als het ware functioneel, dat wil zeggen dienstbaar aan een relatie geworden. Op het moment dat zij op het einde van deel 1 voor de toeschouwer zodoende enigszins menselijke trekken krijgt, zegt zij na seks met haar man verbijsterd en wanhopig dat zij niets voelt.  Het klinkt alsof daarmee haar leven is afgelopen.

Het vervolg Nymfomaniac 2 is de herfst en het begin van de winter van de hoofdpersoon. Von Triers oeuvre is vol van symboliek, poëzie en betekenisvolle metaforen. Net zoals het gevaarlijk, weerzinwekkend en onverantwoordelijk is.  Zijn werk doet denken aan experimenten met dieren in onverwarmde laboratoria.  Hij laat in zijn mensenpark de gevoelsarme Joe zelfs een kind krijgen.

DownloadedFile

Voor de scene waarin Joe zich door een SM meester laat aftuigen heeft de regisseur bedacht dat de toeschouwer ook  haar driejarige zoon te zien krijgt die zij alleen thuis heeft achtergelaten. De beelden van een gevaarlijk over de balkonrand hangende nieuwsgierige kleuter worden afgewisseld met de klinisch therapeutische aanpak van een  kunstzinnige jongeman die erg hard kan slaan. Haar liefhebberij is van een obsessie tot een veeleisende verslaving geworden. Eerst was haar seksualiteit een wilsdaad, inmiddels is het een bloedende wond die niet dicht gaat.

En nog is haar lijdensweg niet ten einde gekomen. In de laatste fase is Joe niet alleen een zieke maar ook een slecht mens. Onwillekeurig vraagt de toeschouwer zich af of er een oorzakelijk verband is tussen deze twee want dat is de modus waarin hij door het niet aflatende commentaar en de rationalisaties van Seligman tussen de scénes door terecht is gekomen. Worden zieken – als het maar lang genoeg duurt – vanzelf slecht, en slechte mensen vanzelf ziek? Deze disfunctionerende  seksverslaafde moest daarom wel crimineel worden. Von Trier suggereert een overeenkomst  tussen het gebruik van anderen voor haar eigen behoeften in de lente van haar leven en haar praktijk als afperser in de herfst daarvan. Tot dan toe heeft de bioscoopganger als getuige van dit besloten universum van vrijwillige seksuele transacties nog geen moment aan moraal gedacht.

Nee, er is geen hoop. Er zijn krachten werkzaam in het menselijk bestaan die met geen enkel middel zijn tegen te houden. Het leven als ziekte: dat is de grondstof waar Von Trier kunstwerken van maakt.

J.D.